0
Mobiel

Aantal apparaten met WiFi in een huishouden stijgt

donderdag 22 december 2016 | 09:35 CET | Achtergronden

Het aantal apparaten dat verbonden is met WiFi in een huishouden is met 11 procent gestegen sinds augustus 2015. Daarnaast heeft tegenwoordig een kleine 6 procent van de huishoudens ’slechts’ één apparaat dat verbonden is met WiFi, een jaar eerder was dat nog iets minder dan 12 procent. Het gemiddeld ligt op 5,1 apparaten per huishouden. Dat blijkt onder meer uit onderzoek van Telecompaper op basis van zijn Consumer Panel.

Dat het aantal apparaten verbonden aan een WiFi-netwerk aan het stijgen is, is al jaren bekend. Hadden we ongeveer 10 jaar geleden alleen een laptop in huis, in de loop der jaren zijn daar tablets, smartphones en smart tv’s bijgekomen. Daarnaast heeft het smart-home concept zijn intrede gedaan, waarbij bestaande objecten als thermostaten, verlichting en huishoudelijke apparaten verbonden zijn met WiFi.

Deze ontwikkelingen hebben ervoor gezorgd dat we steeds meer WiFi-apparaten in huis hebben. Zoals eerder gezegd is het aantal apparaten met 11 procent gestegen, naar 5,1 gemiddeld per huishouden. Een jaar eerder was dat 4,6 gedurende deze periode hebben bijvoorbeeld energiebedrijven veel promoties gemaakt voor hun producten als Toon en Nest en zijn er meer smart tv’s verscheept dan gewone tv’s

 

Het smarthome-segment groeit in Nederland nog niet heel hard, maar verder kan er wel worden aangenomen dat overige productgroepen als bijvoorbeeld smart tv - maar ook de tweede of derde tablet, etc. - vooral een bijdrage leveren aan de groei van 11 procent.

Alleenstaanden relatief meer apparaten

Als we verder kijken naar de samenstelling van het huishouden is het natuurlijk niet verwonderlijk dat alleenstaanden het minste aantal WiFi-apparaten hebben, deze groep komt op een gemiddelde van 3,6 apparaten in het huishouden. Van deze groep heeft 14,6 procent aangegeven slechts een apparaat met WiFi te bezitten, 50 procent van de alleenstaanden hebben twee tot drie apparaten in huis. Dat het laag is, is natuurlijk logisch aangezien er vaak maar één smartphone, tablet en/of laptop aanwezig is.

In huishoudens van samenwonenden/gehuwden met thuiswonende kinderen staat het gemiddeld aantal apparaten met WiFi op 6,4. Het aantal apparaten in huishoudens van stellen zonder thuiswonende kinderen is 4,5: een significant verschil. Als we dat getal weer vergelijken met het gemiddelde van alleenstaanden (3,6 apparaten) is het relatief lager, ofwel in een huishouden bestaande uit twee personen is het afgerond 2,3 apparaat per persoon.

 

Dat klinkt op zich logisch, aangezien veel WiFi-apparaten (nog) vaak één keer in een huishouden voorkomen, zoals een smart tv, energiemeter en spelcomputer. Wat bij een tweepersoons huishouden in absolute zin het gemiddelde verhoogd, zijn voornamelijk smartphones en in mindere mate laptops en tablets, de meer ‘ persoonlijke’ apparaten.

Daling aantal huishoudens met 3-4 devices

Als we inzoomen op het aantal WiFi apparaten in alle huishoudens, dan zien we dat 16 procent van de respondenten heeft aangegeven drie apparaten in huis te hebben, hierin zit geen verschil met 2015. Vanaf vijf apparaten of meer zijn de percentages iets lager dan tijdens de laatste meting in augustus 2016.

Een reden zou kunnen zijn dat het smart home-concept steeds meer huishoudens heeft bereikt (vooral energiebedrijven zijn bezig om producten als Toon en Nest te pushen). Wellicht zijn het de early adopters’ die dit soort producten eerder afnemen waardoor de percentages vanaf vijf apparaten over het algemeen allemaal wat hoger zijn gedurende laatste meeting vergeleken met het jaar daarvoor.

Producten als tablets en laptops zullen hier niet een dergelijk grote bijdrage aan hebben geleverd, andere onderzoeken laten bijvoorbeeld zien dat de penetratie van dergelijke apparaten niet heel veel meer toeneemt. Smart tv’s weer wat meer, deze vervangen steeds meer de gewone apparaten. Het is dan nog de vraag of het Wi-Fi component veel wordt gebruikt.

Hogere inkomens meer WiFi-apparaten

Naarmate het inkomen hoger is, groeit het aantal WiFi-apparaten binnen een huishouden. Zo heeft een huishouden met een gezamenlijk inkomen van meer dan 2x modaal (> € 80.000) gemiddeld zeven apparaten in huis. In huishoudens waar het inkomen onder het modaal ligt (< € 30.000) ligt het gemiddelde op 4,4 apparaat.

De segmenten 1-2x modaal (€ 40.000-€60.000) en 2x modaal (€ 60.000-€ 80.000) hebben beide 5,4 WiFi-apparaat in het huishouden. Dat dit gelijk aan elkaar is, kan liggen aan het feit dat in de eerstgenoemde groep meer jongere mensen zitten - die over het algemeen meer met technologie bezig zijn dan de oudere groepen (die wellicht vaker in de tweede groep vertegenwoordigd zijn).

De groep 1x modaal (€ 30.000-€ 40.000) komt uit op een gemiddelde van 4,8 apparaten in het huishouden. Verhoudingsgewijs lijkt het erop dat mensen met meer dan 2x modaal minder WiFi apparaten hebben. De absolute meerderheid kan liggen in de aanwezigheid van ‘luxere’ apparaten, zoals geluidsapparatuur met WiFi, slimme thermostaten en verlichting, maar ook meerdere smart tv’s en tablets.

Komend jaar kleinere groei

De complete groei van WiFi-apparaten in huishoudens was zoals eerder vermeld 11 procent sinds augustus 2015. De vraag is wat het de komende jaar gaat gebeuren. Het is goed mogelijk dat die minder zou zijn : de markt apparaten als tablets en laptops lijkt te zijn verzadigd en de smartphones worden om de paar jaar vervangen. Verder bleek ook dat smart home-applicaties nog niet veel afname kennen, rechtstreeks door de consument. Wel zijn er zakelijke segmenten die dit soort toepassingen pushen, denk aan energiebedrijven, maar ook verzekeraars voor bijvoorbeeld alarmering.

Zolang dit soort apparaten, c.q. toepassingen echter nog niet allemaal met elkaar kunnen werken, privacy/veiligheid goed geregeld is en de consument de meerwaarde nog niet ziet, zal het een zodanige vaart niet lopen. Als er prijzen gaan dalen, kan het wel sneller gaan, iets wat met smart tv’s al gaande is - het vervangen van traditionele tv’s. Overigens zegt dit nog niks het gebruik: men kan wel een smart tv bezitten, maar het kan zijn dat die nog voor de traditionele doeleinden gebruikt wordt (dus alleen lineair tv-kijken). Zelfde geldt voor tablets en laptops. Misschien zijn zij nog in het huishouden (nog) aanwezig, maar wellicht worden de oudere apparaten al niet meer gebruikt.

Het onderzoek is gebaseerd op het Telecompaper Consumer Panel. De peiling is gedaan in augustus 2016 (n=1.665), met eerdere metingen in augustus 2015. Consumenten kregen de vraag hoeveel apparaten met WiFi-connectiviteit zij in huis hebben. Het panel bestaat uit leden in de leeftijd tussen de 12 en 80 jaar. Uitkomsten zijn gestratificeerd naar leeftijd, geslacht en opleiding. Voor meer informatie over ons panel en de mogelijkheden kan contact worden opgenomen met onze researchafdeling (research@telecompaper.com). 




tp:vandaag

Elke werkdag rond 10.00 uur verstuurt Telecompaper de gratis "tp:vandaag".

Meld u nu aan

Categorieën:
Landen:
::: voeg een reactie toe