Maar hoeveel FTTH-netwerk eigenaren zijn er nu eigenlijk in Nederland? In het licht van de strategie van bijvoorbeeld GlasOperator is dat een relevante vraag: deze actieve operator wil in beginsel actief zijn op alle infrastructuren: Reggefiber, CIF, Jelcer en anderen die voldoende ‘open’ zijn. Reggefiber is verreweg de grootste, gevolgd door CIF. Verder is er een aantal kleine kabelbedrijven actief met verglazing, soms van het hele servicegebied (CAI Harderwijk, SKV Veendam), soms alleen in nieuwbouwgebieden (Kabel Noord, etc.). OBR doet een aantal wijken in Rotterdam. Breedband Arnhem en GlasvezelVught hebben voorzichtig de consumentenmarkt betreden en Jelcer is een nieuwkomer die nog van start moet gaan met de aanleg. Overigens laten we aanbieders van FTTB (of FTTB, ETTH), zoals het onafhankelijke LomboXnet en kabelbedrijf Kabeltex, hier buiten beschouwing. Al met al gaat het vooral om Reggefiber (met KPN als minderheidsaandeelhouder) en CIF (dat voor vier grote pensioenfondsen belegt). Kortom, kapitaalkrachtige partijen. Niet vreemd, als je bedenkt dat er veel geld gemoeid is met de aanleg.
Toch zijn er alternatieven. Daar gaan we hieronder op in. Niet dat daarmee de benodigde capex daalt, die is immers vooral van een drietal factoren afhankelijk:
Er zijn mogelijkheden om andere investeerders bij de aanleg van glasvezel te betrekken. Daarbij dient men uiteraard tegelijk deze drie factoren te adresseren. We lopen langs een paar voorbeelden.
In Nederland is een aantal particulieren actief met de aanleg van glasvezel. Om te beginnen is dat natuurlijk Dik Wessels, van Reggefiber. Op kleinere schaal zijn particuliere investeerders actief in Utrecht (LomboXnet), Arnhem (Breedband Arnhem) en Vught (GlasvezelVught).
OONO, een onafhankelijke actieve operator, is erin geslaagd de bewoners van flatgebouw The Red Apple te interesseren in FTTH. De Vereniging van Eigenaren (VvE) zorgde voor de financiering en het netwerk kon in mei 2009 in gebruik worden genomen. OONO heeft overigens gekozen voor een GPON-netwerk met Alcatel-Lucent als toeleverancier. The Red Apple heeft in totaal ongeveer 210 woningen.
Ook Teleplaza werkt met dit model. Een VvE, een bedrijfsvereniging van een bedrijvenpark of een vergelijkbaar instituut wordt gebruikt om de interesse van eindgebruikers te bundelen en om een enkel aanspreekpunt te creëren met toeleveranciers en aannemers. Een aantal netwerken waarop Teleplaza actief is, is eigendom van een woningbouwvereniging of een pensioenfonds. Overigens werkt ook OONO samen met dit soort partijen, waardoor inmiddels op een aantal plaatsen FTTO (bedrijvenparken) en FTTI (institutions: scholen, bibliotheken, etc) is aangelegd.
Het idee van een coöperatie is niet nieuw, zeker niet in Nederland met bekende namen als Rabobank, FrieslandCampina en Univé. Het idee om via een coöperatie FTTH aan te leggen is ook al niet nieuw en in de VS is er zelfs sprake van een belangrijke ontwikkeling op dat gebied, via coöperatieve nutsbedrijven. Het fenomeen is in 2008 beschreven in een bekend paper (‘Homes with Tails’, november 2008) van Derek Slater (Google) en Tim Wu (Columbia Law School). Zij beschrijven daarin wat de voordelen zijn van een model waarin de eindgebruiker eigenaar is van het aansluitgedeelte van het netwerk, van point-of-presence (PoP) tot de woning:
Daarnaast kan de overheid hierin een rol spelen met bijvoorbeeld een belastingvoordeel, zoals aftrekbaarheid van de kosten, en het actief meewerken door de bureaucratische rompslomp te verlagen voor de aannemer die door de coöperatie wordt ingehuurd. Slater en Wu noemen overigens wel een aantal voor de hand liggende obstakels voor het coöperatieve model:
In Noord-Brabant is in een aantal gemeenten onrust ontstaan omdat gevreesd wordt dat Reggefiber de buitengebieden overslaat. Als vraagbundeling al tot de aanleg van een netwerk leidt doordat de grens van 30 of 40 procent gehaald wordt, dan zou het overslaan van buitenlokaties tot een ‘digital divide’ leiden. Dit probleem speelt in o.a. Vught en Eersel. Het is nog onduidelijk of Reggefiber uiteindelijk toch ook de boerderijen e.d. gaat aansluiten, of dat de tegenbeweging zal resulteren in een coöperatie die de aanleg zelf ter hand neemt. In Nederland is het WDoo dat zich sterk maakt voor het coöperatieve model, maar een eerste concreet project moet nog aangekondigd worden.
Naast de bestaande partijen en instituten als VvE’s zijn er nog meer instanties te bedenken die zouden kunnen fungeren als aanjager voor een FTTH-project.
Het concept van het ‘customer-owned’ netwerk, zowel van particulieren als bedrijven, verdient studie en kan de aanleg van FTTH te versnellen. “The model is simply too strange”, schreven Slater & Wu, maar in Nederland bestaan een paar gunstige randvoorwaarden: de coöperatie is een bekend verschijnsel en er zijn veel instituten die als aanjager kunnen fungeren: VvE’s, bedrijfsverenigingen, nutsbedrijven, universiteiten. Dit zijn partijen die een geclusterd leden- of abonneebestand hebben. Door een gebouw, campus of wijk te selecteren en warm te maken voor glasvezel, kan via alternatieve financiering glasvezel worden aangelegd. Dat kan zijn: een coöperatie, een nieuwe toetreder maar natuurlijk ook een bestaande speler. Daarnaast is er het voordeel van een rioolsysteem dat waarschijnlijk relatief goed van kwaliteit is, wat een partij als Jelcer in de kaart speelt. En er is een hoge mate van verstedelijking. Kortom, nu nog maar ongeveer 10 procent van de Nederlandse markt verglaasd is en Reggefiber verreweg het grootste marktaandeel heeft, lijkt de tijd rijp voor nieuwe toetreders, inclusief coöperaties. De tijd zal leren of de markt er inderdaad rijp is voor nieuwe toetreders en nieuwe business modellen.
Telecompaper organiseert op 12 oktober het congres Breedband NL 2011, waar deze problematiek en andere onderwerpen aan de orde komen. Onlangs is het FTTH NL 2011 rapport gepubliceerd, waarin spelers als Jelcer, GlasOperator en Breedband Arnhem behandeld worden.