Achtergronden

Alternatieve financiering van FTTH in Nederland

maandag 8 augustus 2011 | 14:51 CET
 
Het drielagenmodel is in de 'Nederlandse FTTH-wereld' algemeen geaccepteerd. De rollen van network eigenaar, actieve operator en dienstverlener zijn daardoor strikt gescheiden, al komt verticale intergratie ook voor. Zelfs Reggefiber, dat zich het liefste op de 'onderste' laag concentreert, is feitelijk verticaal geïntegeerd. Op de actieve laag treffen we Reggefiber Wholesale en op de dienstenlaag Lijbrandt en ComOne – om nog te zwijgen van de 'halfzusters' XSM, Edutel en Concepts ICT (dochters van Reggeborgh). Hoe dan ook, het drielagenmodel, en natuurlijk de regulering opgelegd aan Reggefiber voor toegang ertoe, heeft heel wat partijen naar de markt gelokt, zowel actieve operators als dienstverleners.

Reggefiber en CIF domineren

Maar hoeveel FTTH-netwerk eigenaren zijn er nu eigenlijk in Nederland? In het licht van de strategie van bijvoorbeeld GlasOperator is dat een relevante vraag: deze actieve operator wil in beginsel actief zijn op alle infrastructuren: Reggefiber, CIF, Jelcer en anderen die voldoende ‘open’ zijn. Reggefiber is verreweg de grootste, gevolgd door CIF. Verder is er een aantal kleine kabelbedrijven actief met verglazing, soms van het hele servicegebied (CAI Harderwijk, SKV Veendam), soms alleen in nieuwbouwgebieden (Kabel Noord, etc.). OBR doet een aantal wijken in Rotterdam. Breedband Arnhem en GlasvezelVught hebben voorzichtig de consumentenmarkt betreden en Jelcer is een nieuwkomer die nog van start moet gaan met de aanleg. Overigens laten we aanbieders van FTTB (of FTTB, ETTH), zoals het onafhankelijke LomboXnet en kabelbedrijf Kabeltex, hier buiten beschouwing. Al met al gaat het vooral om Reggefiber (met KPN als minderheidsaandeelhouder) en CIF (dat voor vier grote pensioenfondsen belegt). Kortom, kapitaalkrachtige partijen. Niet vreemd, als je bedenkt dat er veel geld gemoeid is met de aanleg.

Drie factoren bepalen capex

Toch zijn er alternatieven. Daar gaan we hieronder op in. Niet dat daarmee de benodigde capex daalt, die is immers vooral van een drietal factoren afhankelijk:

  • Penetratie: partijen als Reggefiber proberen zich al voor het graafwerk begint te vergewissen van een deelname van 30 tot 40 procent. Met een hoge penetratie zijn de hoge vaste kosten op te vangen.
  • Aanlegwijze: in Nederland is men aangewezen op aanleg in de grond. Palen (elektriciteit, telegrafie, etc.) zijn niet beschikbaar en het gebruik ervan zou op esthetische bezwaren stuiten. Wel kan het gebruik van het riool de kosten drukken, iets wat Jelcer in de praktijk probeert te brengen.
  • Dichtheid: de aanleg in verstedelijkte gebieden is vele malen goedkoper dan de aanleg in buitengebieden. Een appartementengebouw is in dit opzicht het meest geschikt, omdat een aansluiting maar één keer het gebouw ingebracht behoeft te worden. Overigens ontstaat dan nog wel het probleem om de kabels alle woningen binnen te krijgen (zie ons achtergrondartikel ‘Reggefiber creëert GIPPa om aanleg in grote steden te versnellen’).

Er zijn mogelijkheden om andere investeerders bij de aanleg van glasvezel te betrekken. Daarbij dient men uiteraard tegelijk deze drie factoren te adresseren. We lopen langs een paar voorbeelden.

Particulieren

In Nederland is een aantal particulieren actief met de aanleg van glasvezel. Om te beginnen is dat natuurlijk Dik Wessels, van Reggefiber. Op kleinere schaal zijn particuliere investeerders actief in Utrecht (LomboXnet), Arnhem (Breedband Arnhem) en Vught (GlasvezelVught).

Vereniging van eigenaren

OONO, een onafhankelijke actieve operator, is erin geslaagd de bewoners van flatgebouw The Red Apple te interesseren in FTTH. De Vereniging van Eigenaren (VvE) zorgde voor de financiering en het netwerk kon in mei 2009 in gebruik worden genomen. OONO heeft overigens gekozen voor een GPON-netwerk met Alcatel-Lucent als toeleverancier. The Red Apple heeft in totaal ongeveer 210 woningen.

Ook Teleplaza werkt met dit model. Een VvE, een bedrijfsvereniging van een bedrijvenpark of een vergelijkbaar instituut wordt gebruikt om de interesse van eindgebruikers te bundelen en om een enkel aanspreekpunt te creëren met toeleveranciers en aannemers. Een aantal netwerken waarop Teleplaza actief is, is eigendom van een woningbouwvereniging of een pensioenfonds. Overigens werkt ook OONO samen met dit soort partijen, waardoor inmiddels op een aantal plaatsen FTTO (bedrijvenparken) en FTTI (institutions: scholen, bibliotheken, etc) is aangelegd.

Coöperaties

Het idee van een coöperatie is niet nieuw, zeker niet in Nederland met bekende namen als Rabobank, FrieslandCampina en Univé. Het idee om via een coöperatie FTTH aan te leggen is ook al niet nieuw en in de VS is er zelfs sprake van een belangrijke ontwikkeling op dat gebied, via coöperatieve nutsbedrijven. Het fenomeen is in 2008 beschreven in een bekend paper (‘Homes with Tails’, november 2008) van Derek Slater (Google) en Tim Wu (Columbia Law School). Zij beschrijven daarin wat de voordelen zijn van een model waarin de eindgebruiker eigenaar is van het aansluitgedeelte van het netwerk, van point-of-presence (PoP) tot de woning:

  • Eigendom staat voor autonomie. Je kunt doen met de lijn wat je wilt. Het appelleert aan de voorkeur om eigenaar te zijn in plaats van huurder.
  • Eigendom betekent naar verwachting ook: goedkoper. Denk aan een huurauto versus een eigen auto. Aangezien de gebruiker zelf een deel van het netwerk financiert, moet de prijs van toegang en diensten wel lager zijn dan wanneer alles aan een verticaal geïntegreerde operator wordt overgelaten.
  • Het model veronderstelt een PoP die in eigendom van de coöperatie is en waarin dienstverleners laagdrempelig toegang kunnen krijgen. Voor hen is de toetredingsdrempel tot de markt daardoor laag, wat in theorie tot ruime concurrentie, een goede kwaliteit en een lage prijs leidt.
  • De aanwezigheid van een eigen glasvezelverbinding verhoogt in theorie de waarde van het onroerend goed.

Daarnaast kan de overheid hierin een rol spelen met bijvoorbeeld een belastingvoordeel, zoals aftrekbaarheid van de kosten, en het actief meewerken door de bureaucratische rompslomp te verlagen voor de aannemer die door de coöperatie wordt ingehuurd. Slater en Wu noemen overigens wel een aantal voor de hand liggende obstakels voor het coöperatieve model:

  • Het lijkt vooral aantrekkelijk voor welgestelden. De VvE van The Red Apple (zie boven) is een voorbeeld, want het is een gebouw met luxe appartementen. Juist hier kan de overheid een rol spelen om de aanleg van glasvezel in andere gebouwen en wijken te stimuleren.
  • “The model is simply too strange”. Een gedragsverandering bij consumenten is lastig voor elkaar te krijgen. Het vergt een hele omslag om zelf eigenaar te willen worden van een deel van het netwerk.
  • De incumbent doet waarschijnlijk niet mee als dienstverlener, want is sterk gericht op het verticaal geïntegreerde model (lees: wil zelf het eigendom over het netwerk behouden). Andere dienstverleners hebben op de bestaande breedbandmarkt een dermate klein marktaandeel, dat zij de stap naar FTTH niet durven te maken. In plaats daarvan geven zij de voorkeur aan de lage wholesaletarieven van de DSL-markt.

In Noord-Brabant is in een aantal gemeenten onrust ontstaan omdat gevreesd wordt dat Reggefiber de buitengebieden overslaat. Als vraagbundeling al tot de aanleg van een netwerk leidt doordat de grens van 30 of 40 procent gehaald wordt, dan zou het overslaan van buitenlokaties tot een ‘digital divide’ leiden. Dit probleem speelt in o.a. Vught en Eersel. Het is nog onduidelijk of Reggefiber uiteindelijk toch ook de boerderijen e.d. gaat aansluiten, of dat de tegenbeweging zal resulteren in een coöperatie die de aanleg zelf ter hand neemt. In Nederland is het WDoo dat zich sterk maakt voor het coöperatieve model, maar een eerste concreet project moet nog aangekondigd worden.

Andere kandidaten

Naast de bestaande partijen en instituten als VvE’s zijn er nog meer instanties te bedenken die zouden kunnen fungeren als aanjager voor een FTTH-project.

  • Hardware leveranciers: Fujitsu heeft een initiatief gelanceerd om, met Virgin Media UK en TalkTalk, op het Britse platteland FTTH aan te leggen (zie ons commentaar ‘Fujitsu maakt opvallende keuzes met Brits FTTH-netwerk’). Partijen als Fujitsu, Alcatel-Lucent, Ericsson, Huawei en ZTE zijn mogelijk te interesseren in de aanleg omdat het hen van afzet garandeert. ‘Vendor financing’, met terugbetaling gespreid over een aantal jaar, is daarnaast voor hen een bekend begrip.
  • Nutsbedrijven: in het Canadese Ottawa is een model gepionierd waarin het nutsbedrijf elektriciteit bundelt met glasvezel. Ook zouden diensten, zoals breedband, internettoegang, televisie en telefonie, meegeleverd kunnen worden. De kosten voor het netwerk worden via een licht verhoogde stroomprijs, over een bepaalde termijn, teruggehaald bij de eindgebruiker. Ook in Nederland zou dit een levensvatbaar model kunnen zijn, zeker nu sprake is van ‘structural separation’ op de electriciteitsmarkt. Daardoor zijn dienstverleners ontstaan die vooralsnog uitsluitend op prijs concurreren. Het bundelen met telecomdiensten schept een mogelijkheid om te differentiëren.
  • Universiteiten en hogescholen: in de VS sluiten verschillende universiteiten hun campus aan op glasvezel. In een aantal gevallen worden aangrenzende woonwijken meegenomen. Dat geldt voor de Case Western University in Cleveland (Ohio), waar het Eindhovense Genexis CPE (customer premises equipment) levert. Op termijn wil het 25.000 woningen aansluiten. Stanford University (Californië) heeft Google zo ver gekregen om glasvezel aan te leggen op de campus (850 aansluitingen). Eind juli kwam daar een initiatief bij van 29 Amerikaanse universiteiten (waaronder Case Western) en het Aspen Institute om de aanleg van glasvezel te stimuleren. Onder de naam Gig.U streeft men naar de aanleg van FTTH op campussen en in aangrenzende woonwijken. Het is echter nog onduidelijk welke financiering men voor ogen heeft.
  • Google: naast de campus van Stanford University is Google ook bezig FTTH aan te leggen in de zustersteden Kansas City (Kansas en Missouri). Google is een onderneming met uitgebreide netwerkassets, waaronder datacenters, long-haul fiber, WiFi-netwerken en nu dus ook FTTH. Het bedrijf heeft een grote kaspositie van bijna 40 miljard US dollar. Overigens: Apple heeft zelfs 75 miljard US dollar. Wellicht zijn dit soort bedrijven te interesseren voor investeringen in FTTH.

Conclusie

Het concept van het ‘customer-owned’ netwerk, zowel van particulieren als bedrijven, verdient studie en kan de aanleg van FTTH te versnellen. “The model is simply too strange”, schreven Slater & Wu, maar in Nederland bestaan een paar gunstige randvoorwaarden: de coöperatie is een bekend verschijnsel en er zijn veel instituten die als aanjager kunnen fungeren: VvE’s, bedrijfsverenigingen, nutsbedrijven, universiteiten. Dit zijn partijen die een geclusterd leden- of abonneebestand hebben. Door een gebouw, campus of wijk te selecteren en warm te maken voor glasvezel, kan via alternatieve financiering glasvezel worden aangelegd. Dat kan zijn: een coöperatie, een nieuwe toetreder maar natuurlijk ook een bestaande speler. Daarnaast is er het voordeel van een rioolsysteem dat waarschijnlijk relatief goed van kwaliteit is, wat een partij als Jelcer in de kaart speelt. En er is een hoge mate van verstedelijking. Kortom, nu nog maar ongeveer 10 procent van de Nederlandse markt verglaasd is en Reggefiber verreweg het grootste marktaandeel heeft, lijkt de tijd rijp voor nieuwe toetreders, inclusief coöperaties. De tijd zal leren of de markt er inderdaad rijp is voor nieuwe toetreders en nieuwe business modellen.

Telecompaper organiseert op 12 oktober het congres Breedband NL 2011, waar deze problematiek en andere onderwerpen aan de orde komen. Onlangs is het FTTH NL 2011 rapport gepubliceerd, waarin spelers als Jelcer, GlasOperator en Breedband Arnhem behandeld worden.


Bekijk reacties | Voeg een reactie toe
© 2000 - 2012 Telecompaper