
[NL]
Gedragscode voor gebruik Tetra portofoons in relatie tot medische apparatuur
Aanleiding
Bestaande analoge portofoons, mobiele telefoons (GSM’s) en TETRA-portofoons zenden radiogolven uit. Deze radiogolven kúnnen elektrische en elektronische apparatuur beïnvloeden. Óf en in welke mate beïnvloeding optreedt, is sterk afhankelijk van de immuniteit van het apparaat voor deze radiogolven. Hoe verder de portofoon of GSM van het apparaat vandaan gehouden wordt, hoe geringer de kans en mate van beïnvloeding van het apparaat wordt.
Onderzoek naar de beïnvloeding van medische apparaten door GSM’s heeft uiteindelijk geleid tot de gedragscode dat GSM’s in een heel of een deel van het ziekenhuis uit voorzorg uitgezet dienen te worden. Dit om de kans op gezondheidsrisico’s voor patiënten te voorkomen, die met medische apparatuur verbonden is.
Project: Onderzoek en opstellen gedragscode
Uit voorzorg en zorgvuldigheid hebben het ministeries van Volksgezondheid Welzijn en Sport en het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties in verband met de invoering van het C2000-systeem een onderzoek laten uitvoeren naar de mogelijke beïnvloeding van medische apparatuur door TETRA-portofoons in ziekenhuizen.
Dit project is uitgevoerd o.l.v. de GG&GD in Amsterdam. Twee Amsterdamse ziekenhuizen, te weten het Academisch Medisch Centrum (AMC) en Vrije Universiteit medisch centrum (Vumc) hebben hun medewerking verleend aan het project. TNO Preventie en Gezondheid heeft de metingen uitgevoerd en de rapportage opgesteld.
De bevindingen van het onderzoek geven – niet onverwacht - aan dat een TETRA-portofoon diverse medische apparaten in ziekenhuizen kan beïnvloeden. De beïnvloeding varieerde van licht, significant, storend tot potentieel gevaarlijk. De afstanden waarop de beïnvloeding werd waargenomen varieerde van 0 cm (de portofoon ligt op het medisch apparaat) tot enkele meters afstand.
De bevindingen hebben geresulteerd in een gedragscode in ziekenhuizen, waarbij de portofoon niet mag zenden in een ziekenhuis. Op die manier kan een TETRA-portofoon in een ziekenhuis op medische apparatuur niet storen.
’Niet zenden’ hoeft echter bij TETRA – in tegenstelling tot GSM - niet te betekenen dat de hulpverlener verstoken is van contact met de meldkamer en collega’s. Als de portofoon is uitgerust met de ‘transmit inhibit’-functie, dan kan de hulpverlener wel luisteren naar de actuele gesprekken in de bestaande gespreksgroep, maar niet terugspreken via de portofoon. De hulpverlener zal toegelaten verbindingen in het ziekenhuis moeten gebruiken om in contact te komen met de meldkamer, zoals een vaste telefoonlijn. Vaak is dit ook nu de gangbare procedure voor ambulancepersoneel.
Als een portofoon geen ‘transmit inhibit’-functie heeft, dient deze voor het betreden van het ziekenhuis uitgezet te worden gelijk met de GSM.
Aan de veiligheid van de hulpverlener wordt overigens niet getornd. Ook in de ‘transmit inhibit’ stand kan een hulpverlener namelijk met de noodknop contact leggen met de meldkamer en collega’s. De bediening van de noodknop is uitsluitend bedoeld voor levensbedreigende omstandigheden.
Ambulances
Aanvullend zijn in samenwerking met de brancheorganisatie AmbulanceZorg Nederland metingen uitgevoerd om de beïnvloeding van medische apparatuur in de patiëntenruimte van ambulances vast te stellen. Slechts op zeer korte afstand is bij een zeer klein aantal medische apparaten enige beïnvloeding geconstateerd. De andere apparatuur was ongevoelig. De gedragscode voor ambulances stelt dat de ambulancemedewerker in de patiëntencabine altijd de hoorn voor communicatie gebruikt. De hoorn is namelijk verbonden met de mobilofoon van de ambulance. Bij het vervoer van patiënten met externe pacemakers wordt uit voorzorg de portofoon en GSM uitgezet.
Completering gedragscode
De gedragscode is uitgebreid voor alle disciplines (Politie, Brandweer en Koninklijke Marechaussee), met een omschrijving over bijzondere situaties en het me