
Vrijwel alle (98%) gezinnen met tieners hebben een computer met internetverbinding thuis, in bijna alle gevallen (94%) met breedband. Van de tieners gebruikt 82 procent dagelijks internet thuis tegenover 50 procent van de ouders. Dit blijkt uit onderzoek van het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) onder ruim 1.500 tieners en bijna 1.100 ouders. Het onderzoek geeft ook aan dat 76 procent van de gezinnen 2 of meer computers heeft thuis en 42 procent 3 of meer. Als er één computer in huis is, dan staat deze in bijna de helft (48%) van de gevallen in de woonkamer, bij elke extra computer in huis neemt de kans sterk toe dat er één op de kamer van een jongere staat. Meer dan de helft (55%) van de tieners heeft een computer op de eigen kamer; 43 procent van hen beschikt over een computer op de eigen kamer met een internetverbinding. Deze laatste jongeren gebruiken internet langer, chatten langer op MSN en hebben ook vaker een eigen website. Verder maken bijna alle tieners (95%) gebruik van MSN. 69 procent doet dit dagelijks en 62 procent doet dit langer dan een uur per keer. De meeste (90%) jongeren vinden face-to-face contacten het belangrijkst, terwijl MSN door 77 procent van hen belangrijk wordt gevonden. Ook heeft een op de drie ouders een eigen MSN-account. Van de tieners met een eigen website is meer dan de helft van de ouders hiervan niet op de hoogte. De helft van de tieners heeft nieuwe mensen leren kennen via internet; driekwart van hen heeft deze nieuwe contacten ook in het echt ontmoet. Verder maakt een meerderheid van de ouders zich zelden of nooit zorgen over het internetgebruik van hun kinderen. In een minderheid van de gezinnen geven ouders hun kinderen voorlichting over onbetrouwbare informatie, porno, geweld of racistische uitspraken op internet. Hetzelfde geldt voor regels over hoelang en wanneer er gebruik mag worden gemaakt van internet en welke websites bezocht mogen worden. Meer ouders geven aan dat er voorlichting gegeven is of regels gelden dan de tieners aangeven. De meeste ouders (67%) praten minder dan eens per week of zelden tot nooit met hun tieners over internetgebruik.