0
Mobiel

Smart City heeft veel te bieden, maar kampt met bureaucratie

donderdag 23 juni 2016 | 16:22 CET | Achtergronden

Smart city staat vlak voor de grote doorbraak – en dat is al jaren zo. In de praktijk blijken er weliswaar volop kansen, maar ook barrières voor de ontwikkeling van innovatieve netwerkdiensten in de steden. Ambtelijke organisaties werken vaak tegen zeggen veel betrokkenen. Op het driedaagse congres Smart City Event (7 tot en met 9 juni) kwamen duizenden experts in de Amsterdam Arena bijeen.

Het optimisme over smart city is groot, bleek tijdens het congres. Een van de aanjagers is milieu en klimaat. In het klimaatakkoord van Parijs zijn ambitieuze doelstellingen opgenomen voor de reductie van CO2 uitstoot. Een andere grote trend is verstedelijking. Volgens WBCSD, een verbond van ‘groene’ bedrijven, trekken er de komende decennia 2 à 3 miljard mensen naar de steden, terwijl die steden op dit moment nog niet eens bestaan. Smart city zal helpen om steden bereikbaar, leefbaar en energiezuinig te maken.

Een reeks bedrijven toonde hun IoT-oplossingen, zoals Bosch, Comarch en HPE, met diens platform voor slimme straatverlichting. Bosch richt zich op sectoren waarin het al sterk is, zoals industrie en regelsystemen voor installaties. De toegevoegde waarde van IoT zit in sensoren en big data. “Asperge 2.0” is een netwerk van thermometers die de temperatuur in de aarde bijhouden, zodat de teler beter kan voorspellen wanneer de asperges gestoken kunnen worden.

Comarch ontwikkelt apps voor gemeentelijke diensten om de burger te bereiken, zoals mobiele apps over gemeentelijke diensten en parkeren en apps voor steden, gericht op uitgaan en toerisme. Deze portfolio is uitgebreid met smart city-toepassingen, via beaconing en real-time analyse.

Mobiele netwerken voor IoT

De mobiele sector richt zich op haar deel van de toepassingen en zet in op de ontwikkeling van Narrow-Band IoT connectiviteit (NB-IoT). Op basis van de standaard NB-IoT gaan operators ook IoT-apparaten ontwikkelen. Deze netwerken nemen de komende jaren sterk in belang toe, op de ontwikkeling van 4.5G en 5G.

Vodafone heeft samen met Ericsson een aantal concrete ideeën in praktijk gebracht. In de Eindhovense wijk Strijp-S zijn small cells geïntegreerd in lantarenpalen. Het 4G netwerk wordt ook ingezet voor smart city-toepassingen.

T-Mobile en Huawei toonden een proof-of-concept voor een oplossing die laat zien waar geparkeerd kan worden. Elke parkeerplek krijgt een sensor die de beschikbaarheid doorgeeft aan de centrale database. Voor de demo draaide een klein, maar compleet 4G base station in een hoek van de expositieruimte.

Overigens heeft Huawei zijn smart city portfolio al enkele jaren geleden gelanceerd. Marketing en productmanager Jurjen Veldhuizen erkent dat de verwachtingen aanvankelijk hoger waren. Het bedrijf heeft samenwerkingsverbanden gesloten met gemeenten en adviseert actief over toepassingen. Het blijkt echter een zaak van lange adem om de toepassingen aan de man te brengen.

Hij vertelt dat een gemeentelijke dienst glasvezel had aangelegd, om één soort installaties aan te sturen. Zonder zich te realiseren dat de capaciteit op dat netwerk veel groter is en voor andere installaties kan worden gebruikt.

Samenwerking binnen diensten hapert

Het zoeken van de samenwerking is lastig. Een terugkerend thema bij veel smart-city deskundigen is de soms negatieve rol die de overheid speelt. De frustratie ligt dicht onder het oppervlak, over ambtelijke diensten die niet samenwerken en budgetten die niet gebruikt kunnen worden. München wordt genoemd als stad die nog conventionele (geen leds) lantarenpalen neerzet, want “in 2018 beginnen we met een nieuwe meerjarenplanning.”

Elders was een bedrijf veertien maanden bezig met een demoproject waarvoor het alles gratis wilde installeren. De overheid wordt vaak aangewezen als de remmende factor. Verkeer, afval, water, licht, etc. zijn allemaal nog aparte ‘stove pipes’, aparte afdelingen binnen een verkokerde organisatie waarin samenwerking lastig tot zeer lastig tot stand te brengen is.

Een van de manieren is eerder om het niet smart city te noemen, maar om gewoon ergens te beginnen, vanuit een beperkte vraagstelling. Een stadje onder Parijs heeft een IoT netwerk aangelegd om te helpen preventief onderhoud aan voorzieningen in te plannen. Door samen te werken, bleek dit haalbaar.

Dublin is sinds zeven jaar bezig met losse projecten. De Ierse hoofdstad profiteert sterk van de techsector, met Europese kantoren van Google, Facebook, Microsoft, Twitter, Amazon, eBay, PayPal, Intel, HP en andere. IBM heeft Dublin uitgekozen als een van haar wereldwijde projectsteden, met budget voor honderden fte’s in ontwikkeling.

Sinds twee jaar is er een overkoepelende visie en een centrale aansturing vanuit het stadhuis om de samenwerking tussen de vier stadsdelen en –besturen te verbeteren. Er zijn projecten rond straatverlichting, afval en wateroverlast. Dublin werkt actief aan Open Data en Big Data, projecten om informatie over de stad beschikbaar te maken voor developers.

Waarde van big data blijkt relatief

Open data/big data betekent ook niet dat de straten geplaveid zijn met goud. De ene spreker pleit voor zoveel mogelijk big data, met zoveel mogelijk datasets die digitaal doorzocht kunnen worden, onder het motto: want we weten niet waar we naar zoeken. 

Anderen wijzen op het ongunstige bijeffect: als je maar genoeg analyses uitvoert, dan vind je altijd correlaties. Maar correlaties vinden is nog niet hetzelfde als causaliteit aantonen. Moet je ook datasets verzamelen en analyses uitvoeren waar je op voorhand niets aan hebt? Moet je werken vanuit het antwoord en zoeken naar de vraag?

Ook Amsterdam profileert zich als Smart City en lonkt naar bedrijven die diensten willen ontwikkelen. De stad heeft een Chief Technology Officer in de persoon van Ger Baron. Amsterdam is al enkele jaren bezig met open data en big data. Amsterdam heeft 12.000 datasets van 32 gemeentelijke diensten bijeen gezocht, volgens CTO Ger Baron een saaie, saaie klus. “We weten niet eens precies hoeveel bruggen we hebben” vertelt hij in een interview in MIT Sloan Management Review (19 mei 2016).

Datasets zijn vaak verouderd en niet geschikt om beslissingen op te baseren. De opbrengst is statisch of verouderd, met oude plattegronden of historische meetreeksen van scheepvaart of waterstanden.

De gemeente heeft developers uitgenodigd om aan de slag te gaan met die datasets. Een van die developers bouwde een app die gegevens combineert over straatverlichting, politiebureaus en de WOZ-waarde van huizen. Met andere woorden: een app die inbrekers helpt om plekken te vinden waar ze ongezien toe kunnen slaan. 

Er zijn allerlei legitieme redenen om aan te nemen dat big data meerwaarde heeft, maar het zal nog wel even duren voor dat die smart city markt van biljoenen euro’s of dollars zich materialiseert. Voor veel stakeholders van smart city is dat niet per se een slechte zaak. De trends zijn onomkeerbaar, verwacht men.

Telecompaper brengt regelmatig nieuws- en achtergrondartikelen uit over het zeer diverse en brede IoT-ecosysteem. Wilt u meer weten over wat wij te bieden hebben aan onderzoeksmogelijkheden en inzichten op het gebied van IoT, mail ons dan gerust.



tp:vandaag

Elke werkdag rond 10.00 uur verstuurt Telecompaper de gratis "tp:vandaag".

Meld u nu aan

Categorieën:
Landen:
::: voeg een reactie toe