0
Mobiel

Vergt belang mobiele telefonie een UD-verplichting?

dinsdag 29 maart 2011 | 14:44 CET | Marktcommentaren

Ruim twee miljoen zakelijke en particuliere klanten van T-Mobile zijn getroffen door een langdurige netwerkstoring. Oorzaak was een probleem in de verbindingcentrale in Amsterdam. Hoewel de storing inmiddels verholpen is, blijkt opnieuw hoe een relatief kleine fout enorme gevolgen kan hebben.

Natuurlijk zijn storingen niet altijd te voorkomen. De stroom valt wel eens uit, een auto gaat stuk, het internet ligt er uit. Voorkomen van elk risico zal enorme investeringen met zich meebrengen, terwijl dan het menselijke aspect nog niet weggehaald is. En fouten zijn in negen van de tien gevallen het gevolg van (ontbreken van) menselijke handelingen.

Wat dan ook belangrijk is, wellicht nog belangrijker dan voorkomen, is het beperken van de gevolgen. In het geval van mobiele telefonie geldt dat het inmiddels een vitaal onderdeel van ons communicatienetwerk is geworden. Een straatbeeld zonder in een mobieltje pratende mensen zou net zo wezensvreemd zijn als een straatbeeld zonder auto’s vanwege bijvoorbeeld een energiecrisis.

In november 2009 liet de overheid weten dat het nodig is voor operators om hun netwerk te beschermen tegen uitval en te zorgen voor voldoende redundantie. Dit omdat het belang van netwerken voor het functioneren van het bedrijfsleven, overheden en privézaken toeneemt. De overheid gaf KPN opdracht een noodnet voor vaste telefonie en data aan te leggen.

De vervolgvraag is nog niet beantwoord: of de overheid vindt dat mobiele en vaste netwerken essentieel zijn voor het functioneren van de samenleving en daarom koste wat kost overeind gehouden moeten worden. Hoewel de ervaring leert dat de put meestal te laat wordt gedempt, zou het niet de vraag moeten zijn of mobiele netwerken essentieel zijn voor het functioneren van onze samenleving, maar wanneer de overheid op dit punt de minimaal benodigde maatregelen treft.

Zie het als een soort UD (Universele Dienst)-verplichting die ditmaal niet alleen geldt voor KPN (het aanbieden van vaste telefonie aan elk huishouden), maar voor elke eigenaar van een mobiel netwerk. Want ook het netwerk van KPN kan uitvallen. Door een soort roaming-overeenkomst te sluiten voor noodgevallen, zoals in februari bij Telfort en nu weer bij T-Mobile (maar we kunnen ook veel voorbeelden van KPN en Vodafone noemen), kunnen klanten die via het eigen netwerk niet meer kunnen bellen of sms’en, overstappen op een ander netwerk waarop geen storing is.

Natuurlijk zitten er haken en ogen aan een dergelijke overeenkomst. Wie betaalt de rekening van de roamende klanten: de klant zelf of de operator die een storing heeft. Wie betaalt de kosten voor de administratieve systemen om het doorberekenen van de roamingkosten te faciliteren? Wanneer is er sprake van een dusdanig grote storing dat klanten mogen kunnen overstappen? Hoe voorkom je dat de netwerken van andere operators overbelast worden wanneer miljoenen klanten van een andere partij opeens overstappen?

Dergelijke vragen moeten echter geen drempel zijn, maar een uitgangspunt: hoe lossen we deze problemen op zonder dat de kosten de pan uit rijzen en zonder dat andere netwerken plat gaan. Overbelasting zou bijvoorbeeld deels voorkomen kunnen worden door de ‘noodopvang’ te beperken tot bellen en sms’en, zolang we nog geen vijf LTE-netwerken hebben. Door bestaande systemen te koppelen, voorkom je dat er kosten worden gemaakt voor alweer een nieuw systeem. Wellicht zou COIN als faciliterende organisatie voor alle mobiele operators een rol in kunnen spelen door een verdeelsleutel te hanteren voor gemaakte roamingkosten.

De rol van de overheid dan: dwingend of sturend? Moet er sprake zijn van een wettelijke verplichting, opgenomen in de Telecomwet, of gaan we voor zelfregulering? Moet de overheid boetes gaan hanteren voor onwillige operators? Je kunt zeggen dat dit moet, omdat operators ook na vele honderden storingen zelf nog niet tot een dergelijke aanpak besloten hebben. Anderzijds leert de geschiedenis dat het lang duurt voor het besef doordringt dat - wanneer iets een tweede levensbehoefte wordt - men ook geld moet besteden om deze behoefte zo goed mogelijk te garanderen. En zo lang geleden is het niet dat het mobieltje voor particulieren, bedrijfsleven en overheden tot een onmisbaar fenomeen is verworden.

Het klimaat is ook niet klaar voor regulering van mobiele telefonie als een soort UD-dienst. Minister Verhagen liet recent weten internet niet even belangrijk te vinden als elektriciteit. Hij gaat geen waarborgen in de Telecomwet inbouwen om afsluiten van internet te voorkomen. Dat standpunt zal de huidige regering ongetwijfeld ook hanteren als het gaat om mobiele telefonie. Wellicht dat wanneer het Vodafone-netwerk een dag plat gaat – 200 overheidsinstanties werken met Vodafone voor mobiele telefonie en data – dit standpunt zal veranderen.

De (politieke) vraag die beantwoord dient te worden, is die van de eigen verantwoordelijkheid. Moet de overheid alles verzorgen (sociaal paradijs) of zijn burgers en bedrijven in eerste instantie zelf verantwoordelijk (liberale opvatting). Vindt een bedrijf mobiele telefonie als onderdeel van z'n communicatienetwerk cruciaal, dan moet het volgens de liberale opvatting zelf zorgen voor een back-up (zoals een tweede mobieltje of simkaart) en niet afwachten tot de overheid iets regelt. De extra kosten die een bedrijf - of burger - daarmee maakt, moet hij of zij afwegen tegen de voordelen. Verzorging van wieg tot graf is inderdaad niet meer van deze tijd. Misschien is een UD-verplichting voor vaste telefonie dat ook niet meer. wat dan overblijft, is het argument van klanttevredenheid. Hierbij is het aan de telecombedrijven om de afweging te maken of de meerkosten van back-up via andere operators de potentiële extra klanttevredenheid waard is.
 



tp:vandaag

Elke werkdag rond 10.00 uur verstuurt Telecompaper de gratis "tp:vandaag".

Meld u nu aan

Categorie├źn:
Landen:
::: voeg een reactie toe