0
Breedband

Netneutraliteit biedt operators meer kansen dan bedreigingen

maandag 6 juni 2011 | 11:25 CET | Marktcommentaren

Netneutraliteit (NN), voorheen hoofdzakelijk een Amerikaanse discussie, staat plotseling hoog op de politieke agenda in Nederland. Opvallend is dat de discussie hier zijn oorsprong vindt in de mobiele wereld, in tegenstelling tot de VS. Aangezien NN alles te maken heeft met OTT (over-the-top: het aanbieden van diensten over een dataverbinding), kun je concluderen dat het in de VS vooral gaat over videodiensten (over vaste netwerken) en in Nederland over communicatiediensten (over mobiele netwerken). Maar NN heeft niet alleen alles te maken met OTT, maar ook veel met een ‘technology switch’: het gaat immers om bestaande diensten (video/TV, voice/SMS) die niet langer per se van een ‘dedicated’ netwerk gebruik maken (een managed service dus), maar ook via IP over een (unmanaged) dataverbinding kunnen worden aangeboden.

We bekijken de financiële impact op bestaande operators. OTT heeft bij bestaande operators invloed op zowel de omzet als de kosten, en tegelijk is er sprake van zowel een positieve als een negatieve invloed. Dat levert vier combinaties op, die we hieronder kort toelichten. Aan alle vier kan een belangrijke kwestie worden opgehangen: de ‘dumb pipe’, ‘structural separation’, de beruchte ‘revenue gap’, en de ‘smart pipe’.

  1. Omzetverhogend. Voor OTT-diensten heeft de abonnee een dataverbinding nodig. De operator profiteert ervan doordat hij breedbandabonnementen verkoopt (vast of mobiel). Sterker nog: zonder de OTT-markt zou de de hele breedbandmarkt veel minder waard zijn. Om het enigszins te chargeren: als al die prachtige applicaties van Google, Apple, Microsoft en anderen niet bestonden, hadden we voldoende aan een ouderwetse ‘narrowband’ verbinding.
  2. Omzetverlagend. De nieuwe OTT-diensten concurreren vaak met ‘managed services’ van de operators. Daar zit de gevoeligheid van het hele NN debat. Daar zit ook de prikkel voor operators om OTT te blokkeren of frustreren. Of het in de praktijk ook zo ver komt wordt door operators betwist, met name in de VS. Zij willen geen regelgeving die ‘in search of a problem’ is. Maar de voorstanders van NN, die wijzen op het belang van innovatie, hebben wel degelijk voorbeelden van operators die bepaalde diensten of protocollen blokkeren.
  3. Kostenverhogend. Extra dataverkeer zorgt voor hogere netwerkkosten. Vast breedband is een lucratieve markt, terwijl over mobiel breedband (MBB) de noodklok geluid wordt. Diverse operators en adviesbureaus geloven dat MBB operators in het nauw brengt. Oorzaaak: het zogenoemde ‘scissor effect’, ofwel de ‘revenue gap’. Terwijl het verkeer exponentieel groeit, neemt de omzet niet snel genoeg toe omdat operators vooral flat-fee abonnementen verkopen. De veronderstelling hierachter is dat de kosten even snel groeien als het dataverkeer, maar dat is zeer de vraag. Ericsson is wellicht de enige partij die daar een vraagteken bij heeft geplaatst (zie Ericsson Business Review, nummer 2 van 2010). Ericsson (‘busting the myth of the scissor effect’) concludeert ‘Don’t worry – mobile broadband is profitable’. De boosdoener is het flat-fee abonnement, maar er staat de operator natuurlijk niets in de weg om, als dat nodig is, de kosten te verhogen met 'tiered pricing' (differentieren met snelheid en aantallen MB's).
  4. Kostenverlagend. Waar abonnees meer OTT-diensten gebruiken, daalt het gebruik van ‘managed services’ en dus ook de netwerkkosten van de laatste. Sterker nog, door samen te werken met OTT-aanbieders, ontstaan nieuw kansen. Skype is een goed voorbeeld, doordat het een grote klantenbasis en een daarmee geassocieerd netwerk effect meebrengt. De operator profiteert van het gebruik van het (goedkope) internationale netwerk en de technologie van Skype.

Uit de bovenstaande vier effecten trekken we evenzoveel conclusies:

  1. Operators (en de politiek) moeten niet vergeten dat de OTT-aanbieders van de breedbandmarkt een enorme opportunity hebben gemaakt voor de operators. Al is het maar de kans om een ‘dumb pipe’ te zijn.
  2. De concurrentie tussen ‘managed services’ en OTT-diensten zal wel altijd scherp blijven en de vraag is of deze volledig aan de markt overgelaten kan worden. Je kunt zeggen: als OTT-diensten geblokkeerd worden door operator A (vast of mobiel), dan kan de abonnee overstappen naar operator B. Maar hoe reëel is dat? Hoe groot is de drempel om over te stappen? En in mobiel komt daarbij dat er vaak maar drie of vier operators zijn (spectrum is immers een schaars goed), die allemaal in het zelfde schuitje zitten. Het is dan zeer de vraag of de markt het zelf kan oplossen, eenvoudig omdat er te weinig concurrentie is. Er is waarschijnlijk maar één (ultieme) oplossing denkbaar: ‘structural separation’. Breng een scheiding aan tussen netwerk en diensten. Anders gezegd: zorg ervoor dat de netwerk operator niet zelf diensten aanbiedt. Of dit een reële optie is, valt te bezien. Feit is wel dat er inmiddels her en der wat wholesale-only netwerken zijn, zowel in vast (het Next-generation Broadband Network in Australië, Google Fiber in de VS, CIF in Nederland) als in mobiel (LightSquared in de VS). Ook ‘network sharing’, zoals gedaan door Deutsche Telekom en France Télécom in Groot-Brittanië kan gezien worden als eerste stap naar ‘structural separation’. Immers, als hun joint venture Everything Everywhere ook andere dienstverleners gaat toelaten, en als DT en FT vervolgens ook derden als aandeelhouder toelaten, is de scheiding bijna compleet.
  3. De stijgende netwerkkosten worden handig opgevoerd door de operators richting de politiek. Aan de resultaten is dat echter nog niet af te lezen. De enige oplossing lijkt alleen te kunnen zijn: hogere prijzen. Nu valt het in een competitieve markt niet mee om de prijzen te verhogen, maar als de stijgende kosten dan toch kritiek worden, zal het onafwendbaar zijn.
  4. De lagere kosten zullen wel meevallen, maar tegelijk zijn er ook kansen om de omzet een stimulans te geven. Door samenwerking met OTT-aanbieders (zogenoemde ‘upstream’ partners) wordt van de ‘dumb pipe’ een ‘smart pipe’ gemaakt. De beide partijen, operator en OTT-aanbieder, vullen elkaar aan, wat de eindgebruiker voordeel oplevert. Het aantal voorbeelden van allianties en overnames neemt inmiddels flinke vormen aan:
  • Telefónica heeft Tuenti (de ‘Spaanse Hyves’) gekocht en nu is Tuenti begonnen met een internationale expansie.
  • Telefónica heeft ook Jajah gekocht, een VoIP-aanbieder. En zo werkt BT samen met Microsofts Lync en Skype heeft allianties met Verizon Wireless, KDDI en 3 UK.
  • France Télécom heeft belangen verworven in Dailymotion (de ‘Franse YouTube’) en in Deezer (‘streaming music’, een soort Spotify dus).
  • Ook Comcast gaat samenwerken met Skype, en wel op het gebied van videoconferencing via de TV.
  • De ‘connected TV’ markt kent een groeiend aantal voorbeelden van operators die OTT-diensten toevoegen aan hun broadcast/VOD portfolio, zoals: Telecom Italia, Telefónica en ook Liberty Global (UPC) werkt eraan.

Eindconclusie: waar operators vooral schermen met stijgende kosten voor dataverkeer, gaat het in werkelijkheid waarschijnlijk meer om de omzetderving doordat minder ‘managed services’ verkocht worden. Natuurlijk doet een ‘technology switch’ pijn. Het business model moet op de schop en er zal sprake zijn van een ‘rebalancing’ van oude bronnen (managed services zoals broadcast TV, telefonie, SMS) naar nieuwe bronnen (dataverkeer, ‘revenue sharing’ met OTT-partners). Echter, operators halen grote omzetten uit de lucratieve breedbandmarkt en als ze weten samen te werken met OTT-partijen liggen er nog meer voordelen in het verschiet. Kortom, operators hoeven niet bang te zijn voor NN en kunnen er juist een opportunity in zien.



tp:vandaag

Elke werkdag rond 10.00 uur verstuurt Telecompaper de gratis "tp:vandaag".

Meld u nu aan

Categorie├źn:
Landen:
::: voeg een reactie toe