0
Mobiel

'Nederland heeft landelijk smart city-programma nodig'

donderdag 18 januari 2018 | 09:20 CET | Nieuws

Er moet voor Nederlandse gemeenten een grootschalig landelijk programma komen om de ontwikkeling van smart cities in goede banen te leiden. Dat zegt Hans Nouwens, initiatiefnemer van het Nationaal Smart City Living Lab-programma voor 2017-2018, tegen Binnenlands Bestuur.

Er doen inmiddels zeven gemeenten mee aan dit programma. Een deel van hen heeft ook al sensoren geplaatst in het kader van het programma. Volgens Nouwens lopen de deelnemers tijdens het experimenteren logischerwijs tegen verschillende obstakels aan. Een landelijk actieprogramma moet er voor zorgen dat smart city-toepassingen in de sneller en goedkoper kunnen worden ingezet.

Sensoren voor meten geluid, luchtkwaliteit

Gedurende het Living Lab-programma onderzoeken gemeentes mogelijkheden met sensoren voor geluid en luchtkwaliteit. Iedere gemeente zet sensoren in binnen een eigen themagebied, zoals een industrieterrein, binnenstad, buitengebied of woonwijk. Per thema is er één deelnemende gemeente. Momenteel zijn dat Rijswijk, Veldhoven, Helmond, Dordrecht, Zoetermeer, Voorburg-Leidschendam en Breda. 

Iedere gemeente heeft een eigen casus waarbij sensoren worden ingezet om bij te dragen aan een mogelijke oplossing. Bij het gebruiken van de sensoren en informatie die daaruit voortkomt krijgen de gemeenten begeleiding en training via het programma. In maart is er een eerste feedbackronde waarin de gemeenten hun onderling ervaring delen. 

Zo zet gemeente Rijswijk sensoren van het programma in om overlast van scholieren en studenten in kaart te brengen. Rijswijk wil tijdens de deelname onder meer bekijken of het met data-verzamelen mogelijk is om problemen rondom parkeren, zwerfvuil en geluidsoverlast op te lossen. Het is bijvoorbeeld mogelijk om te monitoren wat nieuwe afspraken met fastfoodrestaurants over bijvoorbeeld verminderen van verpakkingen voor effect hebben op de omgeving.

Veel duplicatie

Nouwens ziet dat buiten het programma om veel gemeenten werken aan smart city-toepassingen. Dat leidt tot gemeenten die los van elkaar dezelfde ideeën uitwerken. Projecten op grotere schaal uitvoeren kan dat voorkomen en kan problemen wegnemen. Sommige drempels zijn voor een alleenstaande gemeente onmogelijk te nemen. 

Nouwens ziet slimme straatlantaarns met sensoren die ook elektrische auto’s kunnen opladen als voorbeeld hiervan. ‘Een gemeente heeft hierbij te maken met allerlei partijen waaronder de netbeheerder en onderhoudsleverancier. De straatverlichting gaat momenteel alleen aan als het donker is. Overdag wordt er door de netbeheerder dus geen stroom geleverd, maar dan kun je met de lichtmasten dus ook geen auto’s opladen. Wanneer je een project hebt met een groot aantal afnemers is er vaak veel meer mogelijk in overleg met een netbeheerder.’

Problemen zonder samenwerking

Nouwens trekt de vergelijking met het landelijke programma ‘Talking Traffic’. Het ministerie van Infrastructuur en Milieu wil hiermee nieuwe verkeerstoepassingen ontwikkelen en heeft budget vrijgemaakt voor een grote samenwerking tussen meerdere regio’s en een groot aantal marktpartijen.  Wanneer er op smart city-gebied niet op grote schaal wordt samengewerkt, zullen er de nodige problemen ontstaan, vreest Nouwens.

Hij heeft zijn hoop om dit alsnog voor elkaar te krijgen gevestigd op één van de ministeries. ‘Smart city-toepassingen zijn niet alleen een onderwerp voor gemeenten, ze raken diverse lagen binnen de overheid en hebben vaak ook nog te maken met Europese wetgeving. Je hebt daarnaast, om een toepassing goed uit te rollen, gezamenlijke afspraken nodig over de opslag van data en de apparatuur die daarbij hoort. Ik vergelijk het graag met de werkwijze die gemeenten nu hebben op gebied van ICT. Daar wordt steeds meer gezamenlijk nagedacht en gezamenlijk onderhandeld.’


 



tp:vandaag

Elke werkdag rond 10.00 uur verstuurt Telecompaper de gratis "tp:vandaag".

Meld u nu aan

Categorie├źn:
Landen:
::: voeg een reactie toe